Wanneer u met een klacht aan de borst naar de huisarts gaat, of wanneer u via het Bevolkingsonderzoek voor borstkanker naar het ziekenhuis bent verwezen, kan de uitslag van deze onderzoeken verschillende dingen laten zien. Als de uitslag goedaardig is, wat betekent dit dan? Is het nodig om het te laten controleren en waar kunt u zelf op letten?

De opbouw van een borst: de meeste afwijkingen of aandoeningen van de borst ontstaan in het klierweefsel. Dit is de schijf in de borst die zich op deze afbeelding laat zien als een soort boom met vertakkingen.

Een ontsteking: een ontsteking in de borst kan door verschillende oorzaken ontstaan. Als er tekenen zijn van een borstontsteking zal antibiotica worden voorgeschreven, waarna de ontsteking in de meeste gevallen weer verdwijnt.

Een verstopte melkklier: een regelmatig voorkomende aandoening die gepaard kan gaan met tepeluitvloed. Tepeluitvloed kan ook een teken van kwaadaardigheid zijn, dus zal altijd verder worden onderzocht. Er zal wat vocht worden opgevangen en opgestuurd naar de patholoog. De patholoog kan beoordelen of er sprake is van een eventuele kwaadaardigheid, waarna een behandeling wordt geadviseerd in de vorm van een borstoperatie.

Wanneer er in het tepelvocht echter geen kwaadaardige cellen worden aangetroffen, kan soms ook een chirurgische ingreep worden geadviseerd, waarbij de aangedane melkgang of gangen worden verwijderd. Dit heet respectievelijk een microdochectomie of een conusexcisie.

Een cyste: de meest voorkomende goedaardige afwijking in de borst is een cyste. Een cyste is een holte gevuld met vocht, zoals je zou kunnen vergelijken met een puistje op de huid. Volstrekt goedaardig, maar een cyste kan wel klachten geven. Soms is het dan noodzakelijk om de cyste aan te prikken en leeg te zuigen. Dit geeft echter geen garantie voor het eventueel terugkomen van de cyste. Meestal wordt dan ook besloten om de cyste ongemoeid te laten. Een cyste (of meerdere) verhogen het risico op het ontwikkelen van borstkanker niet.

Een fibroadenoom: een fibroadenoom is een mooi woord voor een bindweefselknobbel. Zo’n knobbel vergelijken we met littekenweefsel, het voelt hard en stug aan, maar is altijd goedaardig. Een fibroadenoom kan ontstaan als gevolg van schade in het borstklierweefsel door een ontsteking, borstvoeding geven, een trauma (stoten of vallen) of als gevolg van hormonale veranderingen in de borst. Een fibroadenoom kan veel pijnklachten geven en wordt dan ook soms wel chirurgisch verwijderd. Het geeft echter geen verhoogd risico op het ontstaan van borstkanker.

Mastopathie: dit is een verzamelnaam voor meerdere klachten van de borst waarbij op de borstfoto’s zeer compact borstklierweefsel wordt gezien, met hierin cystes en/ of fibroadenomen. Vaak hebben vrouwen met mastopathie pijnklachten die gerelateerd zijn aan de hormonale cyclus. Ook geeft het soms gespannen en vollere borsten en kan het gepaard gaan met hobbels en bobbels in de borst. Mastopathie kan echter ook niet hormoongerelateerd zijn.

Een mastopatische borst is vanwege het compacte klierweefsel soms moeilijker te beoordelen op een mammografie. Soms wordt dan ook aanvullend echografie of een MRI verricht indien er onzekere gebieden te zien zijn. Mastopathie op zichzelf geeft geen verhoogd risico op het ontwikkelen van borstkanker.

Microcalcificaties: in gewoon Nederlands betekent dit dat er in de borst een gebied is gezien tijdens het maken van een mammografie, waarbij zogenoemde “kalspatjes” zijn gezien. Wanneer hiervan een cluster te zien is, kan dit een teken van kwaadaardigheid zijn en zal er verder onderzoek plaatsvinden. Dit kan betekenen dat een punctie wordt genomen uit het afwijkende gebied of, wanneer dit moeilijk uitvoerbaar is, een diagnostische operatie wordt verricht waarbij een stukje uit de borst wordt verwijderd voor verder onderzoek. Vaak blijkt het echter om goedaardige ‘kalk’ te gaan, wat veroorzaakt kan worden door afgestorven borstkliercellen die nog niet door het lichaam zijn opgeruimd. Deze cellen verkalken dan en worden zichtbaar op een borstfoto.

Soms is het nodig om de ontwikkeling van deze kalk te vervolgen, waardoor het advies gegeven wordt om na drie maanden of een half jaar nog eens opnieuw een borstfoto te laten maken. Laat het weefselonderzoek echter zien dat het om volstrekt goedaardige kalk gaat, dan is vervolgonderzoek niet (meer) nodig.

Atypische ductale hyperplasie: de cellen in ons lichaam hebben alle hun eigen karaktereigenschappen. Zo hebben borstklierweefselcellen andere karaktereigenschappen dan bijvoorbeeld cellen van de longen of huid. Een patholoog is gespecialiseerd in het onderzoeken van weefsels en cellen en kan een goede beoordeling maken van goed of kwaadaardig weefsel. Soms zien zij echter cellen die niet geheel kwaadaardig zijn, maar ook niet helemaal normaal. Hiervoor worden verschillende termen gebruikt die aangeven in welke mate het karakter van cellen anders is dan normaal.

Atypische ductale hyperplasie is zo’n term waarbij de borstkliercellen er anders uitzien dan normaal, maar waar niet de diagnose borstkanker op kan worden gesteld. Soms is het nodig om dit soort gevallen te vervolgen, wat inhoudt dat men na drie maanden of een half jaar moet terugkomen op opnieuw te kijken naar de ontwikkeling van deze cellen. Wanneer echter blijkt dat de onderzochte cellen niet verder van karakter veranderen, is vervolgcontrole niet (meer) nodig. Ook kan soms besloten worden om de afwijkende cellen uit voorzorg te verwijderen door middel van een kleine borstoperatie. Hierna is het afwijkende gebied verwijderd en is ook de kans op het ontwikkelen van borstkanker niet meer verhoogd.

Heeft u nog vragen of behoefte aan meer informatie over goedaardige borstafwijkingen? Neem dan gerust contact op met onze verpleegkundig specialisten via borstkankercentrum.verpleegkundigspecialisten@adrz.nl of via 0118 425 139.