website
header04
header02
header03

Donatie

Donatie & transplantatie – Wat is orgaandonatie

 

Donatie van weefsels en organen komt meestal ter sprake op het onverwacht, pijnlijk en gevoelig moment waarop een naaste ernstig en ongeneeslijk ziek is en op het punt staat te overlijden of om hersendood verklaard te worden.

Wij willen ook de gevoelens van de naasten die zo een verlies overkomt optimaal begeleiden. Wij hechten hier een even groot belang aan als aan de optimale medische ondersteuning van de kwetsbare patient met een kans op herstel.

 

Alleen donatie maakt transplantatie mogelijk en transplantatie is voor sommige patienten de mogelijkheid tot 'leven'. Terwijl het door de rouw altijd een moeilijke beslissing is om te bespreken, kan donatie als een laatste waardig en liefdevol gebaar gezien worden. Zonder dat gebaar gaat een kans van een ander verloren.  Soms kan dit gebaar het verlies verzachten door het op enige manier zin te geven.

Indien de patient zijn keuze niet bij leven heeft gemaakt mogen de nabestaanden hierin beslissen. De keuze voor of tegen donatie wordt met gelijkwaardig respect behandeld. Op de IC houdt donatie in dat de patiënt die geen kans meer heeft op genezing afstand doet van zijn orgaan en/of weefsel ten gunste van patiënten met een lijden dat hierdoor wel behandeld kan worden.

 

Om orgaan/weefsel donatie mogelijk te maken moet toestemming gegeven zijn. Deze toestemming kan iedereen zelf geven of ontzeggen door deze keus in een donorcodicil of in het nationale donorregister vast te leggen. Wanneer de keus niet is vastgelegd wordt deze aan de nabestaanden overgelaten.

 

Naast de toestemming is het ook van belang dat het orgaan en/of weefsel geschikt is voor een ontvanger. Hier kan ons team u meer over kan vertellen.

 

Een IC patient die donor wordt staat zijn gift af tijdens een operatie die na de dood wordt verricht. Daarbij wordt het lichaam van de donor respectvol behandeld. Hierdoorkunnen de naasten het afscheid vrijwel altijd net zo vorm geven als ze dat ook hadden gedaan als donatie niet plaats had gevonden.

 

Team zorgverleners op de IC

 

Intensivisten (medisch specialist op de IC)

 

De heer D. Verbiest is afkomstig uit Antwerpen en volgde zijn studies Geneeskunde

en latere specialisatie in de interne geneeskunde aan de Universitaire Instelling

Antwerpen, UIA. Zijn bijkomende specialisatie tot intensivist volgde hij in het

Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA). Hij is elf jaar werkzaam in Zeeland. Zijn bijzondere aandacht gaat uit naar patiënten met meervoudig orgaanfalen (MOF) en het koelen van patiënten (therapeutische hypothermie). Verbiest heeft oog voor een IC met een menselijk gelaat. Hij heeft zijn sporen verdiend in bestuurlijke functies in het ziekenhuis.

“Deze IC met niveau 2 kan patiënten met complexe ziekten behandelen en langdurig beademen. Tot dusver moesten deze patiënten naar Breda, Antwerpen of Rotterdam. Daar komt bij dat het traumacentrum van het ADRZ in Goes al de level 2 status heeft, dus dit is een fantastische aanvulling. Hier kunnen we met z’n allen heel trots op zijn!”

 

De heer F. Waltman: "Samen bereik je méér"

Na zijn studie in Rotterdam tot internist en intensivist heeft de heer F. Waltman in Maastricht gewerkt voor hij in 1992 naar het toenmalige Oosterscheldeziekenhuis kwam, inmiddels ADRZ. Hij heeft de IC voor de regio op de kaart gezet en is gestart met de groei naar een IC niveau 2. Als all-round internist is hij een ervaren endoscopist waarbij hij kwetsbare en kritisch zieke patiënten kan onderzoeken met een gastroscopie of coloscopie. Hij heeft ook bestuurlijke ervaring en heeft steeds een grote aandacht voor de basis en oorzaak van ernstige pathologie.

“Als all-round internist heb ik steeds het belang gezien van een goede diagnose en van het uitwerken van diagnostische vraagstukken. Daarbij is persoonlijk contact met de patiënt erg belangrijk. In de groei naar onze IC niveau 2 is het duidelijk dat we samen méér bereiken en dat de evolutie van de zorg nooit stilstaat. Ik vind het fijn om mijn ervaring in dit enthousiaste team te kunnen delen!”

 

Mevrouw M. Ravyts: "Kwaliteit is een continu proces"

Mevrouw Ravyts is geboren en getogen in Antwerpen en studeerde aan de

Universiteit In Antwerpen. Na haar studies geneeskunde heeft ze haar specialisatie

gevolgd in de interne geneeskunde met nadien een bijkomende opleiding aan het

beroemde Antwerpse Instituut voor Tropische Geneeskunde. Hier heeft ze een grote

kennis opgedaan in infectieziekten wat dan ook haar interessegebied verklaart. Na

haar opleiding tot intensivist in het UZ te Gent heeft ze gewerkt in Weert. Ze kwam het IC team ADRZ versterken in 2010. Naast infectieziekten hebben de acuut bedreigde patiënt en reanimatie haar aandacht, waarbij ze ook voorzitter is van

de reanimatiecommissie.

“Op de IC werken we in ons multidisciplinair team constant aan

kwaliteitsverbetering. Dit is een onderdeel van ons dagelijks werk in deze hoog-risico afdeling waarbij de meest kwetsbare patiënten op ons rekenen voor de best mogelijke zorg. Op de IC van het ADRZ is de patiënt steeds zeker van de juiste zorg volgens de laatste richtlijnen. Het is geweldig om dit dagelijks in de praktijk te kunnen brengen!”

 

(Nadere info overige intensivisten volgt z.s.m.)

 

 

Arts assistenten

Een arts-assistenten is een arts die zich nog niet verder heeft gespecialiseerd. De arts-assistent werkt onder begeleiding van een intensivist.

 

IC verpleegkundigen

De IC-verpleegkundige is een speciaal opgeleide verpleegkundige die de complexe behandeling die op een intensive care kan geven. De IC-verpleegkundige speelt een centrale rol in de behandeling die de patiënten op de Intensive Care krijgen. Zij zorgen ervoor dat de patiënten 24 uur per dag worden geobserveerd en dat de nodige onderzoeken en behandelingen worden uitgevoerd. Zij nemen de basiszorg over van de patiënt als deze dit niet zelf meer kan en proberen complicaties te voorkomen.

De verpleegkundigen werken vanuit ploegendiensten, zij wisselen elkaar af op gezette tijden. Daarbij dragen de verpleegkundigen de benodigde informatie van patiënten over aan het aantredend team.

 

 

Consulenten

Naast de intensivist, de IC-verpleegkundige en de arts-assistent ondersteunen zorgverleners van verschillende disciplines de  behandeling op de Intensive Care. Andere medische specialisten, ook wel consulenten genoemd, zijn medisch specialisten van het ADRZ die het IC-team ondersteunen met hun specifieke kennis. De nauwe samenwerking tussen alle specialismen staat centraal in de zorg die binnen het Admiraal de Ruyter Ziekenhuis op de IC wordt verleend.

 

Paramedici

De paramedische professionals zijn zorgverleners die de artsen en verpleegkundigen ondersteunen in de behandeling. Dit zijn gespecialiseerde professionals zoals fysiotherapeuten, diëtisten, logopedisten, ergotherapeuten en radiolaboranten.

De geestelijk verzorgers zijn zorgverleners die patiënten en hun naasten, indien gewenst, ondersteunen in de moeilijke periode die een IC opname kan zijn. Zij  zijn er voor mensen van alle levensovertuigingen. Aan de verpleegkundigen kunt u vragen de geestelijk verzorger in te schakelen.

 

 

Monitor

Wanneer een zeer ernstig zieke patiënt opgenomen wordt op de intensive care willen we graag zeer frequent de vitale waarden monitoren. De hartslag, ademhaling, bloeddruk enz. kunnen wij per seconde zien op de bewakingsmonitor van de patiënt. Deze hangt op de kamer van de patiënt maar de verpleegkundigen kunnen de vitale waarden vanuit meerdere kamers goed in de gaten houden. Ook zijn er alarmgrenzen die een verpleegkundige kan instellen waardoor er een signaal klinkt als er een grens doorbroken wordt. Meestal stellen we deze grenzen zeer scherp in zodat we bij een lichte verstoring van een waarde al een alarm krijgen. Meestal hoeft u van deze alarmen dan ook niet te schrikken. Hieronder is een voorbeeld van een alarm signaal van de monitor.

 

Voor het bewaken van de vitale waarde sluiten we veel draden aan, dit kan erg intimiderend overkomen. Er worden drie draden aan de borst van de patiënt bevestigd voor het meten van hartritme en ademfrequentie. Een meter op de vingertop van de patiënt meet het zuurstof gehalte. Bloeddruk kan via een manchet gemeten worden die automatisch kan starten. Echter is het bij patiënten welke een bedreigde bloeddruk hebben raadzaam de bloeddruk te meten via een soort flexibel hol naaldje die in een slagader wordt ingebracht. Hiermee hoeven de verpleegkundigen niet te wachten op een meting maar zien zij direct de waarde op de monitor. Naast de standaard vitale waarden kan de monitor nog veel meer parameters bewaken en zal dit op indicatie worden aangesloten.

 

Infuus, vasopressie & inotropie

Wanneer een patiënt niet langer in staat is om de bloedvoorziening zelfstandig te handhaven komen de organen in gevaar. De organen zijn van doorbloeding afhankelijk en falen wanneer die tekort schiet. Dat kan het leven bedreigen.

Om de patiënt hierin te ondersteunen kan het op de IC nodig zijn meer vocht toe te dienen dan dat op de verpleegafdeling gewoon is.

 

 

 

Daarnaast kunnen medicijnen nodig zijn die de bloeddruk verhogen (vasopressie) of de bloedaanvoer verhogen (inotropie). Deze medicijnen worden vrijwel uitsluitend in de centrale bloedvaten toegediend. Daarvoor wordt een slang in de centrale bloedvaten ingebracht: een 'centrale lijn'.

 

Beademing

Wanneer een patiënt niet langer voldoende in staat is om zelfstandig te ademen kan het nodig en zinnig zijn kunstmatige beademing toe te passen. Dit houdt in dat een machine de ademhaling gedeeltelijk of volledig overneemt.

Voor sommige patiënten blijkt het moeilijk om van de beademing ontwend te worden. Daardoor kan het nodig zijn om langdurig te beademen.

 

In het algemeen wordt een patiënt beademd door een tube. Dat is een buis die door de mond in de keel van de patiënt is ingebracht. Wanneer de patiënt voldoende wakker is om te kunnen reageren, is hij of zij nog niet in staat te praten. Dit komt door de tube, die tussen de stembanden is ingebracht.

 

Tijdens de kunstmatige beademing kan men niet goed hoesten. Het kan daarom noodzakelijk zijn dat de verpleegkundige het slijm in de longen wegzuigt. Omdat de beademde patiënt ook niet kan eten is het voeden de taak van de arts en de verpleegkundige. Meestal gebeurt dit door druppelsgewijs vloeibare voeding door een slangetje (sonde) wordt toegediend. Deze sondevoeding bevat alle benodigde voedingstoffen.

 

 

De beademingsmachine kan verschillende signalen geven, zoals lichtjes, zoemtonen en piepjes. De meeste signalen hebben weinig betekenis. U hoeft dus niet bij elk signaal te denken dat er iets aan de hand is. De IC-verpleegkundige kent er de betekenis van en weet erop te reageren.

 

 

Om deze website optimaal te laten functioneren gebruiken wij cookies. Voor meer informatie zie ons cookiebeleid.