website
header04
header02
header03

Goedaardige aandoeningen van de borst

Gezonde borsten, wat kunt u zelf doen?

Borstkanker voorkomen kan niemand. Wel weten we dat je met een gezonde, actieve leefstijl en de juiste aandacht voor de borsten de kans op borstkanker kunt verkleinen.

 

Ken je borsten

Borstzelfonderzoek is een prima manier om uw borsten goed te leren kennen. Borstzelfonderzoek zo nu en dan maakt u vertrouwd met uw borsten. Veranderingen in de borsten merkt u dan sneller op. Houdt zo’n verandering langere tijd aan, trek dan aan de bel bij uw huisarts. Om de borsten goed te controleren is het belangrijk om te weten wat voor u normaal is. Elke vrouw zal wel herkennen dat de borsten gedurende de menstruele cyclus wisselend kunnen (aan)voelen. Soms zijn de borsten wat voller, meer gespannen en/ of gevoeliger dan anders. Borstzelfonderzoek voorkomt niet dat je borstkanker krijgt.

 

Waar let je op bij borstzelfonderzoek?

  • Ongewoon knobbeltje in de borst
  • Deukjes of kuiltjes in de huid
  • Verandering van de tepel met verschijnselen als roodheid, schilfertjes, eczeem.
  • Sinds kort ingetrokken tepel
  • Verdikt strengetje naar de tepel
  • Vocht uit de tepel (bruin of bloederig)
  • De borst voelt warm aan of is rood gekleurd.
  • De huid van de borst ziet er afwijkend uit, als een soort sinaasappelhuid
  • Pijn in de borst op een plek waar ook het klierweefsel anders aanvoelt
  • Huidzweertje dat niet goed geneest.

 

Als je borstzelfonderzoek wilt doen, doe het dan goed. Een stap voor stap instructie kun je aanvragen bij de mammacareverpleegkundige of kijk op: http://www.borstkanker.nl/bibliotheek_over_borstkanker/borstzelfonderzoek/390

 

Ben je met een klacht verwezen voor verder onderzoek en is de uitslag goedaardig? Dan kunnen er verschillende dingen geconstateerd zijn.

 

 

Goedaardige afwijkingen

Wanneer u met een klacht van de borst naar de huisarts bent gegaan, of wanneer u via het Bevolkingsonderzoek voor Borstkanker naar het ziekenhuis bent verwezen voor verder onderzoek, kan de uitslag van deze onderzoeken verschillende dingen laten zien.

De uitslagen waren bij u goedaardig, maar wat betekent dit dan? Is het nodig om het te laten controleren en waar kunt u zelf op letten? Vragen die u misschien bezig houden na de opluchting die u voelde toen de uitslag goed bleek te zijn.

 

Een ontsteking: Een ontsteking in de borst kan door verschillende oorzaken ontstaan. Als er tekenen zijn van een borstontsteking zal antibiotica worden voorgeschreven, waarna de ontsteking in de meeste gevallen weer verdwijnt.

 

Een verstopte melkklier: Een regelmatig voorkomende aandoening die gepaard kan gaan met tepeluitvloed. Tepeluitvloed kan ook een teken van kwaadaardigheid zijn, dus zal altijd verder worden onderzocht. Er zal wat vocht worden opgevangen en opgestuurd naar de patholoog. De patholoog kan beoordelen of er sprake is van een eventuele kwaadaardigheid, waarna een behandeling wordt geadviseerd in de vorm van een borstoperatie. Wanneer er in het tepelvocht echter geen kwaadaardige cellen worden aangetroffen kan soms ook een chirurgische ingreep worden geadviseerd, waarbij de aangedane melkgang of gangen worden verwijderd. Dit heet respectievelijk een microdochectomie of een conusexcisie.

 

Een cyste: De meest voorkomende goedaardige afwijking in de borst is een cyste. Een cyste is een holte gevuld met vocht, zoals je zou kunnen vergelijken met een puistje op de huid. Volstrekt goedaardig, maar een cyste kan wel klachten geven. Soms is het dan noodzakelijk om de cyste aan te prikken en leeg te zuigen. Dit geeft echter geen garantie voor het evt. terugkomen van de cyste. Meestal wordt dan ook besloten om de cyste ongemoeid te laten. Een cyste (of meerdere) verhogen het risico op het ontwikkelen van borstkanker niet.

 

Een fibroadenoom: Een fibroadenoom is een mooi woord voor een bindweefselknobbel. Je kunt zo’n knobbel vergelijken met littekenweefsel, het voelt hard en stug aan, maar is altijd goedaardig. Een fibroadenoom kan ontstaan als gevolg van schade in het borstklierweefsel door een ontsteking, borstvoeding geven, een trauma (stoten of vallen) of als gevolg van hormonale veranderingen in de borst. Een fibroadenoom kan veel pijnklachten geven, en wordt dan ook soms wel chirurgisch verwijderd. Het geeft echter geen verhoogd risico op het ontstaan van borstkanker.

 

Mastopathie: Dit is een verzamelnaam voor meerdere klachten van de borst waarbij op de borstfoto’s zeer compact borstklierweefsel wordt gezien, met hierin cystes en/of fibroadenomen. Vaak hebben vrouwen met mastopathie pijnklachten die gerelateerd zijn aan de hormonale cyclus. Ook geeft het soms gespannen en vollere borsten en kan het gepaard gaan met hobbels en bobbels in de borst. Mastopathie kan echter ook niet hormoongerelateerd zijn. Een mastopatische borst is vanwege het compacte klierweefsel soms moeilijker te beoordelen op een mammografie. Soms wordt dan ook aanvullend echografie of een MRI verricht indien er onzekere gebieden te zien zijn. Mastopathie op zichzelf geeft geen verhoogd risico op het ontwikkelen van borstkanker.

 

Microcalcificaties: In gewoon Nederlands betekent dit dat er in de borst een gebied is gezien tijdens het maken van een mammografie, waarbij zogenoemde “kalkspatjes” zijn gezien. Wanneer hiervan een cluster te zien is kan dit een teken van kwaadaardigheid zijn en zal er verder onderzoek plaatsvinden. Dit kan betekenen dat een punctie wordt genomen uit het afwijkende gebied of, wanneer dit moeilijk uitvoerbaar is, een diagnostische operatie wordt verricht waarbij een stukje uit de borst wordt verwijderd voor verder onderzoek. Vaak blijkt het echter om goedaardige “kalk” te gaan, wat veroorzaakt kan worden door afgestorven borstkliercellen die nog niet door het lichaam zijn opgeruimd. Deze cellen verkalken dan en worden zichtbaar op een borstfoto. Soms is het nodig om de ontwikkeling van deze kalk te vervolgen, waardoor het advies gegeven wordt om na drie maanden of een half jaar nog eens opnieuw een borstfoto te laten maken. Laat het weefselonderzoek echter zien dat het om volstrekt goedaardige kalk gaat, dan is vervolgonderzoek niet (meer) nodig.

 

Atypische ductale hyperplasie: De cellen in ons lichaam hebben alle hun eigen karaktereigenschappen. Zo hebben borstklierweefselcellen andere karaktereigenschappen dan bijvoorbeeld cellen van de longen of huid. Een patholoog is gespecialiseerd in het onderzoeken van weefsels en cellen en kan een goede beoordeling maken van goed of kwaadaardig weefsel. Soms zien zij echter cellen die niet geheel kwaadaardig zijn, maar ook niet helemaal normaal. Hiervoor worden verschillende termen gebruikt die aangeven in welke mate het karakter van cellen anders is dan normaal.

Atypische ductale hyperplasie is zo’n term waarbij de borstkliercellen er anders uitzien dan normaal, maar waar niet de diagnose borstkanker op kan worden gesteld. Soms is het nodig om dit soort gevallen te vervolgen, wat inhoudt dat men na drie maanden of een half jaar moet terugkomen op opnieuw te kijken naar de ontwikkeling van deze cellen. Wanneer echter blijkt dat de onderzochte cellen niet verder van karakter veranderen, is vervolgcontrole niet (meer) nodig.

Ook kan soms besloten worden om de afwijkende cellen uit voorzorg te verwijderen door middel van een kleine borstoperatie. Hierna is het afwijkende gebied verwijderd en is ook de kans op het ontwikkelen van borstkanker niet meer verhoogd.

 

 

(Deze informatie is gedeeltelijk afkomstig van de website van de KWF kankerbestrijding).

 

Om deze website optimaal te laten functioneren gebruiken wij cookies. Voor meer informatie zie ons cookiebeleid.