De schouder is een bijzonder en complex gewricht dat bestaat uit drie botdelen: het schouderblad (scapula), de bovenarm (humerus) en het sleutelbeen (clavicula). Samen vormen zij het schoudergewricht, waarbij de kop van de bovenarm beweegt in een relatief klein kommetje van het schouderblad (de glenoïd). Dat kommetje is anatomisch beperkt van omvang, maar past precies bij de humeruskop en maakt grote beweeglijkheid mogelijk. Juist doordat het gewricht zo mobiel is, is een goede samenwerking van kapsel, banden en spieren essentieel.
Een centrale rol hierin spelen de vier zogenoemde cuffspieren (rotator cuff). Deze spieren zorgen ervoor dat de kop van de bovenarm gecentreerd in het kommetje blijft tijdens bewegingen. Zij leveren actieve stabiliteit en maken het mogelijk om kracht en precisie te combineren bij dagelijkse handelingen zoals tillen, reiken en werpen. Wanneer deze balans verstoord raakt, kunnen pijn en functieverlies ontstaan.
Binnen de orthopedie zien wij uiteenlopende schouderaandoeningen, zoals schouderartrose, instabiliteit, cuffscheuren, bicepsproblematiek, frozen shoulder en problemen met niet-goed functionerende schouderprotheses. Ons uitgangspunt is steeds een zorgvuldige analyse van de oorzaak van uw klachten, gevolgd door een behandelplan op maat — bij voorkeur conservatief, en operatief wanneer dat noodzakelijk is.