Dr. Jansen

15 jaar geleden begon dr. Jansen als orthopeed bij Adrz. In mei dit jaar gaat hij voor 2 weken als vrijwilliger aan de slag als orthopeed in het Kumi Hospital in Oeganda.

100 operaties per week

‘Ik help graag mensen voor wie goede zorg niet altijd vanzelfsprekend is’, vertelt orthopedisch chirurg dr. Igor Jansen van Adrz. In mei gaat hij 2 weken als vrijwilliger aan de slag in het Kumi Hospital in Oeganda. In die periode doet hij ongeveer 100 operaties. Zo’n 20 per dag dus. ‘In deze periode ben ik met uitdagende ziektebeelden en aandoeningen bezig, die in Nederland eigenlijk niet meer voorkomen. Bijvoorbeeld verwaarloosde beenbreuken. We kunnen de mensen hier echt helpen en het is voor onszelf een zeer leerrijke ervaring.’

Binnen 2 weken klaar

Dr. Jansen vertelt: ‘1 dag poli is voldoende om  een OK-programma van 2 weken te vullen. Tijdens de eerste dag spreekuur bekijken en beoordelen we de aandoeningen en stellen we een behandelplan op. We proberen het zo te plannen dat de behandeling ook binnen 2 weken klaar is. Want als wij weer weg zijn, kunnen de artsen hier ons werk niet altijd weer overnemen.

Lokale en Nederlandse artsen

In Oeganda werkt dr. Jansen in een team van 2 Nederlandse orthopeden en plaatselijk OK-personeel en OK-artsen. ‘4 van de lokale artsen zijn Oegandese orthopeden in opleiding. Zij opereren afwisselend mee. Na hun opleiding zijn ze verantwoordelijk voor een regio van 2 miljoen mensen. Je merkt dat het mee-opereren goed worden opgepakt door de plaatselijke artsen. Zij leren echt van ons. Dat is voor ons ook een grote voldoening in het werk.

Heel andere aandoeningen

In Oeganda ziet dr. Jansen heel andere aandoeningen dan in Nederland. ‘Hier zien we veel artrosepatiënten, die zijn vaak al wat ouder. Hier in Oeganda is 80% van onze patiënten nog kind. Ze hebben vaak vergroeiingen aan hun lijf, die al flink uit de hand gelopen zijn. Veelvoorkomende aandoeningen zijn onbehandelde en dus sterk misvormde klompvoeten, flinke X- en O-benen, verwaarloosde fracturen en ernstige botinfecties. Ook zien we hier problemen die bij ons gewoonweg niet voorkomen. De kinderen worden hier bijvoorbeeld in de billen ingeënt tegen malaria. Daardoor vormt zich soms littekenweefsel dat het hurken belemmerd en soms zelfs onmogelijk maakt. Dit geeft problemen met persoonlijke hygiëne, maar ook met werken op het land.’