Het kniegewricht bestaat uit drie botdelen, het scheenbeen, het dijbeen en de knieschijf. De uiteinden daarvan zijn bedekt met een laagje kraakbeen zodat de knie soepel kan bewegen. Deze kraakbeenlaag is elastisch en kan schokken en stoten opvangen. Aan de binnen- en buitenkant van de knie zit een meniscus. De voorste kruisband ligt centraal in het kniegewricht en voorkomt dat het onderbeen tijdens lopen en draaibewegingen naar voren schiet. De band kan scheuren bij sporten of een ongeluk.

Dit wordt vaak ervaren als een knap, waarbij men door de knie kan gaan. De diagnose wordt gesteld door de aard van de klachten, het lichamelijk onderzoek, MRI-onderzoek en eventueel een kijkoperatie van de knie. Een gescheurde kruisband geeft vaak instabiliteitsklachten (door de knie zakken of een instabiel gevoel). Intensieve fysiotherapie is in veel gevallen genoeg om de instabiliteit leren op te vangen met goed gecoördineerd gebruik van de spieren rondom de knie. Wanneer dit onvoldoende resultaat heeft, kan de arts voorstellen een nieuwe kruisband te plaatsen.

Onderzoeken & behandelingen
Toon alle