Lees hier de laatste informatie over het coronavirus bij Adrz.

Een ziekenhuisopname is altijd spannend, maar voor kinderen geldt dat extra. Er gebeurt iets wat ze niet begrijpen en vaak komt er pijn bij kijken. Het Kind- en comfortteam van Adrz probeert het verblijf voor kinderen zo aangenaam mogelijk te maken.

Het Kind- en comfortteam is anderhalf jaar geleden opgericht en telt vijftien mensen. Het team probeert kinderen zo pijnloos mogelijk door hun ziekenhuisopname te loodsen. Het kijkt kritisch waar het ziekenhuistraject voor kinderen beter kan. Sinds september 2020 zijn de teamleden bezig met focustaal: positief taalgebruik om angst en pijn weg te nemen. ‘Het is een heel andere manier van het kind benaderen’, vertelt medisch-pedagogisch medewerker Sharon Vleugel.

Het gebruik van juiste woorden

Wanneer een kind in het ziekenhuis komt, wordt een teamlid ingeschakeld om het kind voor te bereiden op wat er gaat gebeuren. ‘We kiezen bewust onze woorden, waardoor de angst van het kind niet verder oploopt. En soms betekent dat ook: niet alles vertellen. We zeggen wel wat een kind kan gaan voelen van een bepaalde handeling, maar het hoeft niet te weten dat we een dikke naald in zijn rug prikken. Op het moment van de handeling leiden we het kind af. Je hersenen kunnen maar één ding tegelijk. En als ze dan op de bellenblaas letten, is er geen ruimte om angst te voelen.’ Collega Diana Brasser vult aan: ‘Het is eigenlijk heel logisch. Je moet juist niet de focus leggen op het pijnlijke moment. En niet allemaal tegelijk praten. Iemand houdt de aandacht van het kind vast. En degene die de behandeling uitvoert, zegt niets.’

Een positieve benadering

Janneke Brandhoff is als kinderarts bij het team betrokken. ‘Natuurlijk zijn wij altijd oproepbaar, maar we willen eigenlijk dat deze benadering voor het hele ziekenhuis de standaard wordt. Daarom leiden we onze collega’s op en leggen we uit wat er in de hersenen van kinderen gebeurt als je op een bepaalde manier praat.’ Dat is soms best lastig, zegt Diana: ‘Veel patronen zijn ingesleten en het duurt even voordat je dat eruit hebt. Het gaat om bewust zijn van wat je zegt, zodat het kind minder bang is en makkelijker meewerkt. Als we werken met collega’s die nog niet zijn getraind, vertellen we hoe we iets gaan aanpakken. En achteraf bespreken we of het goed is gegaan.’ ‘We willen de herinnering positief beïnvloeden, vooral bij handelingen die vaker gebeuren, zoals bloed afnemen’, zegt Sharon. ‘Zodat het kind niet terugdenkt aan de pijn en dat het moest huilen, maar dat het zo goed heeft meegeholpen. Dan wordt het de volgende keer makkelijker.’ Janneke: ‘Dat werkt ook bij medicatie. Dus niet zeggen: dit is een pilletje tegen de pijn. Maar wel: hiermee voel je je beter. Vroeger gebruikten we een liniaal waarop kinderen moesten aangeven hoeveel pijn ze voelden. Dat is onduidelijk en bovendien legt het de nadruk op pijn. In plaats daarvan kun je vragen: hoe voel je je? Kan er nog iets beter?’ Deze positieve benadering wordt nu voor kinderen ingezet, maar kan volgens Sharon ook voor volwassenen prima werken. ‘Bij een positieve benadering voelt iedereen zich beter.’