Lees hier de laatste informatie over het coronavirus bij Adrz.

De bekkenbodem bestaat vooral uit spieren en bindweefsel. Samen zorgen die ervoor dat de blaas, baarmoeder en darm in de buik blijven. Verslappen de spieren of staan ze te strak, dan kun je last krijgen van urine- of ontlastingsverlies, het gevoel dat er iets uit de vagina hangt, pijn in de onderbuik, pijn bij het vrijen.

Ongemak wegnemen

Behalve beperkingen ervaren mensen vaak ongemak over bekkenbodemklachten. Ook de inwendige onderzoeken zijn meestal niet prettig. “We begrijpen dat en doen ons best mensen op hun gemak te stellen,” aldus Maarten Hofl and, gynaecoloog bij de Bekkenbodempoli van Adrz. “We nemen rustig de tijd voor een kennismakingsgesprek, geven duidelijke informatie over het onderzoek en over de mogelijke behandelingen. Daarnaast willen we de persoonlijke wensen en behoeften van mensen weten, zodat ze de behandeling kiezen die bij ze past. Bij hun werk, mantelzorg, sport, hobby’s.”

Verschillende behandelingen

Iemand met bekkenbodemklachten komt bij een gynaecoloog voor verzakkingsklachten of bij een uroloog wanneer er alleen plasklachten zijn. “Maar we werken als team en overleggen wekelijks met elkaar. Een patiënt met lichte plasklachten is soms al geholpen met medicatie. Bij een milde verzakking of incontinentie kan de patiënt veel baat hebben bij bekkenbodemtherapie. Met een bekkenfysiotherapeut worden blaas- en bekkenbodemspieren getraind om die te versterken. Voor heviger klachten werkt een pessarium, ook wel ring genoemd, beter. We brengen dit in in de vagina.

Pessarium of operatie

Maar niet iedere patiënt wil iets laten inbrengen wat niet lichaamseigen is. “Toch is 60 à 70 procent van de vrouwen tevreden met hun pessarium. Ze kunnen alles doen,” weet Maarten. “Heel soms, als iemand vaak zwaar moet tillen door werk of mantelzorg, kan het pessarium uit de vagina komen. Dan is opereren beter. Bij opereren zetten we de blaas, darm of baarmoeder vast aan bindweefsel in het bekken. Het herstel duurt dan iets langer, omdat de weefsels goed aan elkaar moeten groeien.”