Adrz

De druk op de acute zorg neemt toe: dat is zeker. De vergrijzing in Zeeland zorgt voor een groeiende zorgvraag, terwijl het aantal beschikbare zorgprofessionals juist onder druk staat. Om die balans te behouden, moeten ziekenhuizen, huisartsen en andere ketenpartners samen kijken hoe de acute zorg anders én slimmer georganiseerd kan worden. Twee sleutelfiguren daarin zijn Wim Goudswaard: Manager zorg en bedrijfsvoering van de acute zorg bij Adrz en Ignats Landsbergen, die vanuit Allegro Medical als Programmamanager Passende Acute Zorg de samenwerking tussen zorgorganisaties coördineert.

De acute zorg moet behapbaar blijven: nu en in de toekomst”

Wim is binnen het ziekenhuis verantwoordelijk voor de spoedeisende hulp, de IC, de acute opnameafdeling en de crisisorganisatie. Zijn rol is breed: van kwaliteit en personeel tot financiën. “Mijn belangrijkste opdracht is dat de acute zorg goed blijft draaien,” zegt hij. “Dat betekent zorgen voor kwaliteit en veiligheid, maar ook dat het werk behapbaar blijft voor onze medewerkers.”

Dat laatste is geen vanzelfsprekendheid meer. De zorgvraag groeit, maar het aantal mensen dat in de zorg werkt kan niet gelijkmatig meegroeien. “Daarom moeten we anders naar acute zorg gaan kijken. Wat moet écht nú? En wat kan ook later of op een andere plek?”

Een concreet voorbeeld is het project met eerstelijns diagnostiek, zoals te lezen in het vorige gesprek met Menno Gaakeer en Babette Becherer. Samen met de huisartsenpost en de afdeling radiologie is een pilot gestart waarin patiënten met de verdenking op een (eenvoudige) botbreuken eerst een röntgenfoto laten maken, zonder direct naar de spoedeisende hulp te hoeven. “Met behulp van AI kan snel een eerste beoordeling plaatsvinden of er sprake is van een breuk of niet,” legt Wim uit. “Zo hoeven patiënten niet onnodig naar de SEH te komen, en verlichten we de druk daar.”

Wim ziet dit soort initiatieven als cruciaal om de acute zorg toegankelijk te houden. “Het vraagt samenwerking in de hele keten: van huisarts tot ziekenhuis. En het vraagt ook iets van patiënten zelf: nadenken over wat echt spoed is, en wat nog even kan wachten.”

Volgens hem zit een groot deel van de oplossing in logistiek en doorstroming. “De SEH komt meestal niet in de problemen door alleen de instroom, maar juist doordat patiënten moeilijk kunnen doorstromen naar de kliniek. Als het ziekenhuis vol ligt, hapert het proces. Dan krijg je filevorming op de spoedeisende hulp. Die kurk moet eruit: anders loopt de hele keten vast.” Dat is maatschappelijk niet verantwoord.

We moeten met elkaar herdefiniëren wat acute zorg eigenlijk is

Ook Ignats ziet de urgentie van verandering. Ignats is werkzaam bij Allegro Medical en ondersteunt de projecten van Passende Acute Zorg. Daarnaast onderhoudt hij contacten met bestuurders van ketenpartners en is hij betrokken bij het programma Zorgcoördinatie.

“Wat mij drijft, is dat we met elkaar moeten herdefiniëren wat acute zorg precies is,” zegt hij. “We gebruiken die term nu voor een heel breed spectrum aan zorgvragen, maar niet alles wat snel moet, is per se acuut.”

Hij legt uit dat er in Zeeland relatief weinig zelfverwijzers zijn: mensen die op eigen initiatief naar de SEH gaan. “Dat komt doordat de eerste lijn hier goed is georganiseerd. Maar dat betekent ook dat we juist samen met de huisartsen moeten kijken waar het soms misgaat. Waarom komt een patiënt toch op de SEH terecht, terwijl er in de verwijzing stond dat hij binnen twee dagen op de poli gezien kon worden?”

Die samenwerking met de eerste lijn is volgens Ignats essentieel. “Elke regio heeft zijn eigen dynamiek. In Zeeland speelt de vergrijzing een grote rol, maar ook het feit dat mensen hier vaak laat om hulp vragen. Daardoor komen ze sneller in een acute setting terecht. We moeten patiënten helpen begrijpen wanneer ze wél moeten bellen: maar ook niet te laat.”

Ignats benadrukt dat er al veel draagvlak is onder zorgprofessionals. “We hebben echt een tipping point bereikt. Waar eerder nog wat scepsis was, zie je nu enthousiasme. Kijk maar naar de successen met AI in de radiologie: dat heeft echt impact.  Eind april zijn we gestart met deze pilot en heeft ervoor gezorgd dat tot en met half november 286 patiënten onnodig de SEH hebben bezocht. En wat mooi is: de beste ideeën komen niet per se van bestuurders of beleidsmakers, maar van verpleegkundigen en artsen op de werkvloer. Onze taak is om hen te helpen het te organiseren.”

Samen de keten in beweging houden

Zowel Wim als Ignats benadrukken dat acute zorg niet ophoudt bij de ziekenhuisdeuren. Door goede ketensamenwerking: met huisartsen, VVT-instellingen en andere partners: kunnen patiënten sneller op de juiste plek terecht. “Uiteindelijk is het een maatschappelijk vraagstuk,” besluit Wim. “We hebben samen de verantwoordelijkheid om acute zorg beschikbaar te houden. Dat vraagt soms moeilijke keuzes, maar ook creativiteit en samenwerking. Alleen zo blijft de keten in beweging.”