Lees hier de laatste informatie over het coronavirus bij Adrz.

De eettafel in de open keuken, van hun ruime Goese huis, is het centrum van het gezinsleven van de Van Vijven’s. Vader, moeder en vijf kinderen tussen de 2 en de 11. ‘Toen we trouwden, kochten we deze tafel bij de Ikea en hij voldoet nog prima. Hij is lekker lang en handig met zijn uitschuifl ades. Hier eten we, maar zitten we ook met elkaar te lezen en te knutselen. Het is een plek van gezelligheid.’

‘Vroeger wilde ik boer of hovenier worden’

Peter van Vijven (34 jaar) is geboren en getogen in Yerseke. Hij komt uit een warm nest met vier broers en twee zussen. Dat hij nu huisarts is, lag niet per se in de lijn der verwachting. ‘Vroeger wilde ik boer of hovenier worden. Ik was dol op tuinieren, nog steeds trouwens, en ik hielp graag mee op het land van mijn opa. Aardappels rooien, dat was een heel familiegebeuren. Pas in de vierde klas van het Calvijn College kwam ik in aanraking met de geneeskunde. Biologie vond ik erg leuk, vooral alles over het menselijk lichaam. Bij de vader van een vriendje die neuroloog was in het Oosterscheldeziekenhuis (voormalige Adrz Goes, red.) mocht ik toen mijn snuffelstage doen. Ik heb met hem meegelopen en met een co-assistent op de Spoedeisende Hulp. Even heb ik ook nog over psychologie gedacht, maar een heel stuk van geneeskunde is psychologie, dus werd het toch geneeskunde. In Rotterdam.’

Een fijne jeugd

Dat betekende naar de grote stad, weg uit het vertrouwde Yerseke, weg uit de veilige familieschoot. ‘Ik kijk terug op een fijne jeugd, we waren heel goed met elkaar en dat zijn we nog. Mijn ouders hebben ons een christelijke opvoeding gegeven en daar hecht ik veel waarde aan. Voor mij is een leven met God een gelukkig leven, een leven met bestemming en verdieping. Naar mijn overtuiging is een leven zonder God uiteindelijk toch leeg. Dezelfde boodschap proberen mijn vrouw en ik nu door te geven aan onze eigen kinderen, naast normen en waarden als je best doen, naastenliefde, respect voor de schepping. Jezus zegt ‘Heb God lief en je naaste als jezelf’, dat is ons levensmotto. En ja, natuurlijk mogen de kinderen daar kritische vragen over stellen. Die zullen ook nog wel komen als ze ouder worden.’

Ik verplaats me in de patiënt

Naastenliefde zie je terug in de motivatie voor Peter’s werk als huisarts. ‘Ik probeer een patiënt ‘in nood’ te helpen. Ik leef me in, verplaats me in de patiënt. Wat is zijn hulpvraag, waar zit hij mee, wat verwacht hij, wat wil hij wel en wat niet? Mensen hebben meestal duidelijke ideeën en die wil ik te weten komen. Tegelijkertijd probeer ik de rode vlaggen te signaleren en samen analytisch tot een diagnose en behandeling te komen. Dat de samenleving er tegenwoordig van uitgaat dat alles maakbaar is, ook gezondheid, vind ik soms wel moeilijk. Niet alle problemen zijn snel op te lossen en pijn en lijden horen bij het leven. Natuurlijk, er zijn schrijnende situaties met ernstig lijden, dan geef ik oprecht graag palliatieve zorg en begeleiding. Euthanasie, dat kan ik niet, maar mijn collega’s in de praktijk wel.’

Een nauwe samenwerking

Het zijn hectische tijden voor Peter. Corona natuurlijk, maar ook de fusie, verbouwing en omvorming van de praktijk tot maatschap. ‘Veel daarvan komt bij mij terecht als praktijkhouder, dat is best druk. Voor mijn ontspanning ga ik daarom zo vaak als het kan op de fiets naar Middelburg en terug, fijn uitwaaien in de polders op mijn speed pedelec.’

Elke vijftien minuten iemand anders voor je

Eén van de mooiste aspecten van zijn werk vindt Peter de diversiteit. ‘In mensen en problemen. Elke vijftien minuten heb je iemand anders voor je, allemaal met hun eigen verhaal. Na vijf jaar leer je de mensen kennen en wordt het contact dieper. Trouwens, ook met de specialisten in Adrz. Ze zijn benaderbaar, dus overleggen over patiënten gaat goed. En ik ken Adrz van binnenuit, want direct na mijn studie ben ik als arts begonnen op de Spoedeisende Hulp.’ Nog nauwere samenwerking is één van Peter’s toekomstwensen. ‘Specialisten die af en toe aanschuiven bij het spreekuur en speciale poli’s doen in de huisartsenpraktijk. Investeren in anderhalvelijnszorg brengt de zorg dichter bij de patiënt en bespaart tijd en geld. En als ik baas zou zijn van de zorg, dan zou ik veel meer inzetten op preventie en de suikertaks invoeren, die voorkomt een hoop ellende voor de gezondheid. Voor mezelf? Memento mori zeg maar, dat leer ik van de stervensbegeleiding. Ik denk steeds bewuster na over het leven en wat echt belangrijk is. Voor mij is dat een goede balans tussen werk en gezin.’