Adrz

Voor mensen die onder invloed van alcohol zijn, maar medisch stabiel (ABCDE-stabiel), is het niet altijd passend om hen naar de Spoedeisende Hulp (SEH) te brengen. Via de meldkamer 112 kan een patiënt met een alcoholintoxicatie in beeld komen, bijvoorbeeld na melding door de politie of de huisarts.

Tegelijkertijd is terugkeer naar huis of verblijf op straat vaak geen veilige optie. Om voor deze doelgroep een passende en veilige oplossing te bieden, is binnen de acute zorgketen het zogenoemde uitslaapbed ingericht: een tijdelijke opvangplek waar patiënten onder toezicht kunnen herstellen van een alcoholintoxicatie.

Inmiddels wordt het uitslaapbed enige tijd gebruikt binnen de keten. Daarom is het zorgpad recent gezamenlijk geëvalueerd door betrokken partners, zoals politie, ambulancezorg, huisartsen, SEH en ggz. Hoe functioneert het in de praktijk? Wordt het optimaal benut? En waar liggen nog verbeterpunten?

Overwegend positieve ervaringen

Vanuit politie, ambulancezorg en huisartsen wordt het uitslaapbed ervaren als een veilige en passende plek voor patiënten die onder invloed zijn van alcohol, maar medisch stabiel (ABCDE-stabiel). Het biedt een tijdelijke opvang voor mensen zonder adequaat vangnet en voorkomt dat zij onnodig op de Spoedeisende Hulp (SEH) terechtkomen of overlast veroorzaken in de openbare ruimte.

Het uitslaapbed wordt nadrukkelijk gewaardeerd. Het initiatief wordt gezien als een goed voorbeeld van passende zorg en ketensamenwerking. Het draagt bij aan het ontlasten van de SEH, politie, ambulance en huisarts en maakt het mogelijk om patiënten veiligheid te bieden en als ze beoordeelbaar zijn, te beoordelen vanuit de ggz.

Binnen de ggz lag het gebruik in de beginperiode rond de anderhalf tot twee patiënten per maand. Hoewel exacte cijfers niet structureel worden geregistreerd, is de indruk dat de beschikbare capaciteit toereikend is. Er lijkt zelfs ruimte om het uitslaapbed beter te benutten.

Het vervoervraagstuk: een breder knelpunt

Naast de positieve ervaringen werd ook geconstateerd dat de bekendheid van het zorgpad binnen de verschillende organisaties nog wisselend is. Het uitslaapbed is in de dagelijkse praktijk niet zichtbaar, aangezien de acute ggz in zijn beoordeling kijkt wat een passende plek is. Het kan zijn dat er besloten wordt om op een acute opname afdeling op te nemen in plaats van het uitslaapbed, bijvoorbeeld in verband met de veiligheid voor de patiënt.

Daarbij lijkt het vervoer tussen zorgvoorzieningen een structureel aandachtspunt. Wanneer een patiënt van de ene instelling naar de andere moet worden overgebracht, is ambulancevervoer formeel de afspraak. In de praktijk kan dit echter vertraging opleveren, zeker bij lage urgentie en in avond- en nachturen.

Daarnaast is in sommige regio’s regulier vervoer (zoals taxi’s) beperkt beschikbaar, wat het organiseren van passend vervoer extra complex maakt. Dit vraagstuk raakt niet alleen het uitslaapbed, maar ook andere patiëntstromen tussen instellingen.

Om beter inzicht te krijgen in de omvang van dit probleem, wordt onderzocht hoe vaak vervoer plaatsvindt tussen voorzieningen en wat de impact daarvan is op capaciteit en doorstroom. Op basis van deze analyse wordt bekeken of een kleinschalige werkgroep nodig is om alternatieven voor vervoer te verkennen. Hierbij wordt nadrukkelijk breder gekeken dan alleen het uitslaapbed.

Heldere communicatie als sleutel

Een belangrijk aandachtspunt is het actualiseren en opnieuw onder de aandacht brengen van de werkafspraken. De bestaande flowchart die het zorgpad beschrijft, is recent gedeeld en wordt geactualiseerd.

De wens is om het uitslaapbed vervolgens via een uniform, ketenbreed bericht onder de aandacht te brengen. Zo wordt verzekerd dat alle betrokken professionals werken vanuit dezelfde uitgangspunten.

Daarnaast wordt binnen de verschillende organisaties het zorgpad opnieuw onder de aandacht gebracht, inclusief de afspraken rondom ABCDE-stabiliteit wat indien mogelijk wordt beoordeeld door de ambulance.

Leren van casuïstiek

Om te voorkomen dat aannames leidend worden in plaats van feiten, is afgesproken om casuïstiek waarin het zorgpad anders liep dan bedoeld structureel te bespreken in bestaande overlegstructuren tussen instellingen.

Door concrete situaties gezamenlijk te analyseren, kan worden vastgesteld:

  • Waar het proces afweek;
  • Of dat terecht was op basis van de klinische situatie;
  • En waar eventueel bijsturing nodig is.

Deze manier van werken versterkt niet alleen het zorgpad, maar ook de onderlinge samenwerking.

Conclusie

De evaluatie laat zien dat het uitslaapbed breed wordt gewaardeerd als een passende voorziening binnen de acute zorgketen. De basis is stevig en de meerwaarde wordt door alle partners herkend.

De komende periode ligt de focus op:

  • Het vergroten van bekendheid en eenduidige toepassing van werkafspraken;
  • Het actualiseren en uniform verspreiden van de flowchart;
  • Het analyseren en waar nodig optimaliseren van vervoer tussen voorzieningen;
  • En het structureel bespreken van casuïstiek.

Met deze gerichte vervolgstappen wordt verder gebouwd aan een goed functionerende ketensamenwerking, waarin patiënten op het juiste moment op de juiste plek terechtkomen.