Het nieuws over maatregelen rondom de verspreiding van het coronavirus (COVID-19) volgt elkaar snel op. Via deze website houden we u op de hoogte.
Hier leest u het laatste nieuws en de laatste informatie over het coronavirus bij Adrz.

De Hartfalenpoli van Adrz bestaat al een aantal jaar. Hartfalenverpleegkundige Anja de Koeijer en de cardiologen zijn de drijvende krachten achter de poli. Recent hebben zij er collega’s bij gekregen: de poli is uitgebreid met nog een hartfalenverpleegkundige
en een verpleegkundig specialist.

Dokter Henri van Kesteren, cardioloog: ‘Hartfalen bestaat natuurlijk al heel lang. Maar door de jaren heen zien we dat mensen steeds ouder worden en andere ziekten vaker overleven. Daardoor zien we op de poli meer mensen met hartfalen.’ De toenemende patiëntenaantallen gecombineerd met nieuwe ontwikkelingen in het vakgebied maakten de noodzaak groot om de Hartfalenpoli anders in te richten.

Toespitsen op de patiënt

De komst van nieuwe collega’s heeft vooral voordelen voor de patiënt. Henri: ‘Ik kan mij als cardioloog meer toespitsen op bijvoorbeeld uitleg aan de patiënt, omdat een deel van mijn taken gedaan kan worden door de verpleegkundig specialist. Natuurlijk altijd onder mijn supervisie.’

Afstemmen behandeling en medicatie

Anja de Koeijer: ‘Voor mensen met hartfalen is het erg belangrijk om de behandeling en medicatie zo af te stemmen dat ze de beste kwaliteit van leven krijgen. Denk aan de wisselwerking tussen vochtbeperking, zoutrestrictie en een bewegingsprogramma. Dat kan alleen als je voldoende tijd hebt om je in de patiënt te verdiepen. Het verder uitbreiden van de Hartfalenpoli zorgt er voor dat we dat nog beter kunnen.’

De patiënt kennen

Volgens Henri speelt de optimalisatie van medicatie ook een belangrijke rol: ‘Als we patiënten vaker zien en intensiever contact hebben, kunnen we de medicatie beter afstemmen. En dat komt ten goede aan het functioneren van de vitale organen. Bij mensen die we minder vaak zien, is dat toch lastiger.’ Hartfalen is geen ziekte, maar altijd ergens een gevolg van. ‘Meer kennis over de patiënt draagt daarom zeker bij aan het  terugdringen van opnames, en uiteindelijk ook aan het aantal mensen dat sterft als  gevolg van hartfalen.’