Adrz

Deze folder geeft u informatie over een keizersnede. Het is goed u te realiseren dat de situatie voor u persoonlijk anders kan zijn dan beschreven.

Wat is een keizersnede?

Een keizersnede is een operatie waarbij de baby via de buikwand ter wereld komt. De operatie duurt ongeveer 45 minuten. De baby wordt meestal binnen een kwartier na het begin van de operatie geboren. Daarna sluit de gynaecoloog de baarmoeder en de verschillende lagen van de buikwand met hechtingen.

Wat is een geplande keizersnede?

Soms is al vóór uw zwangerschap duidelijk dat een keizersnede noodzakelijk is. In andere gevallen blijkt pas tijdens uw zwangerschap dat een keizersnede nodig is. Bijvoorbeeld als de moederkoek (placenta) voor de baarmoedermond ligt of als een vleesboom de indaling van uw baby tegenhoudt. Dan spreken we van een geplande (of primaire) keizersnede.

Een keizersnede tijdens je bevalling

Vaak wordt pas tijdens uw bevalling duidelijk dat een keizersnede nodig is. Dit heet een secundaire keizersnede. Meestal omdat uw bevalling niet voldoende vooruit gaat (vordert). En/of mogelijk zuurstofgebrek van uw baby. Het kan dat uw bevalling niet vordert tijdens de ontsluiting of de uitdrijving.
Vordert de ontsluiting onvoldoende? Dan neemt het aantal centimeters ontsluiting niet (voldoende) toe. Bij onvoldoende vordering van de uitdrijving is er te weinig indaling van het hoofdje of de billen in het bekken.
De verloskundige of arts kan denken aan dreigend zuurstofgebrek, wanneer de harttonenregistratie op een hartfilmpje (CTG) lang of ernstig afwijkt.

Voorbereiding op een keizersnede

Zoals bij elke operatie, doen we ook bij een geplande keizersnede vooraf onderzoek naar uw gezondheid. Dit heet de preoperatieve screening. De anesthesioloog stelt vragen over uw gezondheid, in de meeste gevallen gebeurt dit telefonisch.

Op de polikliniek krijgt u informatie van de gynaecoloog of klinisch verloskundig over het proces rondom de keizersnede. Een dag voor de operatie wordt u gebeld door de verpleegkundige van de kraamafdeling, met de laatste informatie over de opname, procedure en operatietijd.

De dag van de operatie

U moet nuchter zijn op de operatiedag. Dat betekent dat u vanaf 00.00 uur niets meer mag eten en drinken. AIs uw keizersnede in de middag is, mag u tot 7.00 uur ’s ochtends nog een beschuitje en een kop thee. En tot twee uur vóór uw operatie mag u alleen nog kleine hoeveelheden heldere dranken drinken (water, heldere appelsap, thee en zwarte koffie).

U wordt ongeveer twee uur vóór het geplande tijdstip van de keizersnede, opgenomen op de verpleegafdeling. De verpleegkundige vraagt of de gegevens van het opnamegesprek nog kloppen. En geeft u aanvullende informatie over het verdere proces. De verpleegkundige brengt een infuus aan en neemt wat bloed af. De verpleegkundige luistert naar de harttonen van uw baby met een doptone of CTG. Als uw baby in een stuit ligt, maakt de klinisch verloskundige een echo om te kijken of dat nog steeds zo is. Voor de keizersnede krijgt u een blauw operatiejasje aan en via het infuus krijgt u extra vocht. Ook wordt er een blaaskatheter ingebracht en krijgt u een drankje om het maagzuur te neutraliseren. Wij vragen u geen nagellak, sieraden of piercings te dragen. Ook vragen wij u eventuele contactlenzen of losse tanddelen uit te doen voor u naar de operatiekamer gaat. Uw bril mag u ophouden.
Kort voor de operatie brengt de verpleegkundige u naar de voorbereidingsruimte (de holding). De verpleegkundige loopt met uw partner naar de kleedkamer en geeft daar omkleedinstructies. Daarna komt de verpleegkundige met uw partner terug op de holding. U wordt vervolgens naar de operatiekamer gebracht, waar de ruggenprik wordt geplaatst. De verpleegkundige begeleidt uw partner op de operatiekamer. Uw partner kan bij u aan het hoofdeinde van de operatietafel zitten.
De verpleegkundige overlegt met het personeel van de operatiekamer wie er foto’s maakt van de geboorte van uw baby.
Is een keizersnede pas tijdens uw bevalling besloten? Dan gebeuren bovenstaande voorbereidingen vaak in een sneller tempo.

Bij Adrz kan tijdens de keizersnede één naaste van van u aanwezig zijn. Soms zijn de regels anders bij een spoedkeizersnede of bij algehele narcose.

De soort verdoving

Bij een keizersnede zijn twee soorten verdovingen mogelijk: narcose of een ruggenprik. Welke verdoving hangt onder andere af van waarom je een keizersnede krijgt en hoeveel spoed nodig is. In het algemeen wordt er een ruggenprik geadviseerd, omdat dit het meest veilig is voor de baby. Heb je specifieke voorkeur voor een verdoving? Geef het dan vooral aan tijdens het preoperatieve gesprek met de anesthesioloog.

Ruggenprik

De huid wordt eerst op de plek van de ruggenprik verdoofd. De plaatsing van de ruggenprik zelf voelt u nauwelijks meer. Daarna spuit de anesthesioloog verdovende vloeistof tussen de ruggenwervels. Al snel worden uw onderlichaam en benen gevoelloos. Soms bent u even wat misselijk, omdat uw bloeddruk kan dalen. Bij een ruggenprik maakt u de geboorte bewust mee. En al tijdens de operatie kunt u uw baby zien, horen en aanraken. U hebt tijdens de operatie geen pijn. Soms voelt u wel dat er getrokken wordt of op uw buik wordt geduwd. Heel soms komt de verdoving iets hoger dan alleen uw onderlichaam. Het lijkt dan of ademhalen moeilijk gaat. Dit is vervelend, maar het kan geen kwaad. Bent u duizelig, misselijk of heeft u moeite met ademen? Geef het dan aan bij de anesthesioloog.

Narcose

Bij narcose slaapt u tijdens de keizersnede. Dit wordt alleen bij hoge uitzondering uitgevoerd. De narcose wordt zo gegeven dat de baby zo weinig mogelijk medicijnen via de placenta krijgt. De medicijnen voor de narcose worden via een infuus gegeven. Soms krijgt u van tevoren wat zuurstof via een kapje op of slangetje in uw neus. Terwijl u slaapt krijgt een buisje in uw luchtpijp voor de beademing. U voelt geen pijn en wordt wakker als de keizersnede klaar is.

De operatie

Meestal maakt de gynaecoloog een ‘bikinisnede’. Dat is een horizontale snee van ongeveer 15 cm. Vlak boven uw schaambeen en ongeveer op de haargrens. Bij uitzondering maakt de gynaecoloog een snee vanaf je navel naar beneden. Hierna snijdt de gynaecoloog het vet onder de huid en het bindweefsel door boven de buikspieren. De gynaecoloog schuift de lange buikspieren opzij en opent de buikholte. De blaas wordt losgemaakt van de baarmoeder en naar beneden geschoven. De gynaecoloog opent de baarmoeder met een horizontale snee. Daarna haalt de gynaecoloog uw baby naar buiten. Om de baby zo geboren te laten worden, is duwen op uw buik soms nodig. U kunt meekijken door een doorzichtig deel van het doek. Dit doek hangt tussen uw hoofd en de rest van de operatietafel.

Als uw baby geboren is, wordt de navelstreng doorgeknipt. Als er geen complicaties zijn of spoed nodig is, dan mag uw partner dat doen. Het doorknippen van de navelstreng gebeurt dan door het doek. Zo blijft alles steriel. Als de placenta geboren is, hecht de gynaecoloog de baarmoeder, de verschillende lagen van de buikwand en de huid.

Het eerste contact met uw baby op de operatiekamer

Na de geboorte neemt de verpleegkundige uw baby over van de gynaecoloog en brengt deze naar de kinderarts. De kinderarts bevindt zich in dezelfde ruimte en controleert de gezondheid van uw baby. U kunt dit zelf ook zien. Daarna wordt uw baby bloot bij u op de borst gelegd en toegedekt met warme doeken. Dit noemen we huid-op-huid-contact. Intussen maakt de gynaecoloog de operatie verder af.

Voordelen van huid‐op‐huid contact

  • Uw baby zuigt beter tijdens de eerste borstvoeding;
  • Hartslag, ademhaling en temperatuur van uw baby blijven vaker stabiel;
  • Het stimuleert het hechtingsproces tussen u en uw baby.

Maar het is vooral ook gewoon fijn zo’n eerste, intense kennismaking met uw baby. Of huid-op-huid contact mogelijk is, is afhankelijk van uw conditie en van uw baby. Dit bekijken we op het moment zelf.

Als er problemen met uw baby zijn, kan de kinderarts besluiten om uw baby op de Kinderafdeling op te nemen. Uw partner mag dan ook mee naar de Kinderafdeling. Zodra u weer terug bent op de verpleegafdeling, brengen wij u ook zo snel mogelijk bij uw baby.
Als de operatie klaar is, gaat u naar de uitslaapkamer. De verpleegkundige en uw partner blijven samen met uw baby bij u zolang dit mogelijk is. In sommige gevallen gaat de verpleegkundige samen met uw baby en uw partner eerder terug naar de Kraamafdeling. Dit kan te maken hebben met de zorg voor uw baby of door drukte op de Kraamafdeling.

Na de keizersnede

Uw bloeddruk, pols­slag, ademhaling en temperatuur worden regelmatig gecontroleerd. Ook houden we in de gaten of de operatiewond goed geneest en of u voldoende medicijnen tegen de pijn krijgt. Bij een ruggenprik heeft u de eerste uren na de operatie nog geen controle over uw benen. Geleidelijk krijgt u het gevoel en de kracht in uw benen terug. Kort na de keizersnede heeft u pijn aan de wond en soms pijnlijke naweeën. Hiervoor krijgt u pijnstillers. De buikwand is vaak pijnlijk, niet alleen ter hoogte van het litteken maar ook hoger, tot aan de navel. Dit komt omdat onder de huid de snede in de buikwand verticaal loopt, van de navel tot het schaambeen. Bij het hechten van de huid wordt doorgaans materiaal gebruikt dat uit zichzelf oplost en niet hoeft te worden weggehaald.

Verder krijgt u dagelijks een injectie om trombose te voor­komen. Om de kans op trombose te verkleinen, stimuleren we u om zo snel mogelijk uit bed te komen. Na de keizersnede hebt u nog een infuus en een blaaskatheter. Het infuus en blaaskatheter verwijderen we meestal de volgende dag.

Voeding

Na een keizersnede kunt u borstvoeding geven. Het maakt niet uit of de keizersnede gepland was of niet en of u algehele narcose of een ruggenprik heeft gekregen. De baby kan al vrij snel aan de borst oefenen. Ook na narcose kunt u, als u zelf weer bijgekomen bent, over het algemeen snel beginnen met uw kind de borst te geven. Zo komt de melkaanmaak vlot op gang en kan uw kind profiteren van de eerste voeding: het colostrum. Als uw kind op de Kinderafdeling ligt opgenomen, kunt u op de afdeling starten met kolven. De verpleegkundige zal u helpen bij de borstvoeding of bij het kolven. In het Moeder en Kind Centrum zijn tevens lactatiekundigen aanwezig die zo nodig met de borstvoeding kunnen meekijken of hier adviezen in kunnen geven.
Als u van plan bent om kunstvoeding te geven, vragen wij u om de eigen (uitgekookt) fles mee te nemen naar het ziekenhuis. De voeding kunt u van het ziekenhuis gebruiken.

Ontslag

Na 24 uur gaat u met ontslag. De snelheid van uw herstel en de gezondheid van uw kind spelen natuurlijk een rol. De ontslagtijd op de Kraamafdeling wordt met u besproken. Het is fijn als u thuis nog voldoende tijd hebt met de kraamzorg.

Heeft u thuis, op de verdieping waar u slaapt, geen toilet. Dan raden wij u aan om voorafgaand aan uw ontslag een postoel voor thuis te regelen.

Bij een niet-geplande keizersnede. Afhankelijk van het tijdstip van de operatie en het herstel vindt mogelijk het verwijderen van de blaaskatheter en het mobiliseren in een andere tijdsvolgorde plaats.
Het ontslag volgt 24 tot 48 uur na de operatie.

Weer thuis

Thuis zult u geleidelijk verder moeten herstellen. De tijd die nodig is voor uw herstel is na een keizersnede vaak langer dan na een vaginale bevalling. De herstelperiode na een keizersnede is ongeveer zes weken. U bent niet alleen (opnieuw) moeder, maar ook herstellende van een operatie. Een veelgehoorde klacht na een keizersnede is vermoeidheid. U kunt daaraan het beste toegeven: probeer zo veel mogelijk rust te nemen. Aanvaard ook hulp die familie en kennissen u aanbieden. De kraamzorg kan uw vragen beantwoorden, enkele huishoudelijke taken overnemen en uw partner ondersteunen. In bad gaan wordt afgeraden tot het bloedverlies gestopt is. Mocht er nog wat vocht of een beetje bloed uit de wond naar buiten komen, dan kunt u de wond met de douche schoonspoelen, voorzichtig drogen en een droog gaas eroverheen doen om uw kleding te beschermen.

Aan de zijkant van het litteken heeft u de eerste tijd soms een trekkend gevoel van inwendige hechtingen. Dit kan geen kwaad.
Omdat bij een bikinisnede zenuwen in de buikhuid zijn doorgesneden, houdt u vrij lange tijd een doof gevoel rond het litteken. Boven dit gebied is er vaak, halverwege de navel, een gebied dat juist extra gevoelig is. Vaak is pas na zes tot twaalf maanden het gevoel in uw buikwand weer normaal.

Complicaties

Iedere operatie brengt risico’s met zich mee, ook een keizersnede. Ernstige complicaties zijn gelukkig zeldzaam, zeker als u gezond bent.

Wij noemen hieronder de meest voorkomende complicaties:

  • Bloedarmoede
    Bij elke keizersnede is er bloedverlies. Bij ruim bloedverlies ontstaat er bloedarmoede. Niet zelden is na afloop een bloedtransfusie of het gebruik van ijzertabletten noodzakelijk. Bij een voorliggende moederkoek (placenta praevia) is de kans op fors bloedverlies en een bloedtransfusie groot.
  • Blaasontsteking
    Een enkele keer komt na een keizersnede een blaasontsteking voor. Daarom wordt de urine vaak in het ziekenhuis gecontroleerd. Zo nodig krijgt u een antibioticum.
  • Nabloeding in de buik
    Een nabloeding is een zeldzame complicatie van een keizersnede. Bij een ernstige hoge bloeddruk waarbij het bloed minder goed stolt, komt een nabloeding vaker voor. Een enkele keer is een tweede operatie noodzakelijk.
  • Bloeduitstorting in de wond
    Een onderhuidse bloeduitstorting in de wond ontstaat, doordat een bloedvaatje in het vet onder de huid blijft nabloeden. De kans hierop is groter als de bloedstolling bij een keizersnede afwijkend is, bijvoorbeeld bij weinig bloedplaatjes als gevolg van een ernstig verhoogde bloeddruk.
  • Infectie
    Een infectie van de wond komt een enkele keer voor. De kans hierop is wat groter bij een keizersnede na een langdurige bevalling. Om een infectie te voorkomen, krijgt u vaak tijdens de operatie een antibioticum toegediend.
  • Trombose
    Bij elke operatie en na elke bevalling is er een verhoogd risico op een trombose. Om dit te voorkomen krijgt u bloedverdunnende middelen zolang u nog niet zoveel uit bed bent.
  • Een beschadiging van de blaas
    Een beschadiging van de blaas is een zeldzame complicatie. De kans hierop is wat groter als u al verschillende malen een keizersnede hebt ondergaan. Er kunnen dan verklevingen rond de blaas zijn. Het is goed mogelijk een blaasbeschadiging te hechten. Wel hebt u vaak langer een katheter nodig.
  • Darmen die niet goed op gang komen (ileus)
    Na een keizersnede moeten de darmen weer op gang komen. In zeldzame gevallen gebeurt dit niet of te traag. Er verzamelt zich dan vocht in maag en darmen, wat leidt tot misselijkheid en braken. Een maagsonde kan dan nodig zijn om dit vocht af te voeren. Pas daarna komen de darmen op gang. Deze complicaties komen gelukkig weinig voor.

De volgende bevalling weer een keizersnede?

Na een keizersnede is het advies het eerste jaar niet zwanger te worden om het litteken in de baarmoeder optimaal te laten genezen.
Of bij een volgende bevalling weer een keizersnede nodig is, hangt af van de reden van deze keizersnede. Bespreek daarom bij de nacontrole hoe groot de kans is dat u een volgende keer een natuurlijke bevalling heeft. Wel krijgt u dan altijd een medische indicatie om in het ziekenhuis te bevallen.

Emotionele aspecten van de keizersnede

De beleving van een keizersnede wisselt per persoon. Er kunnen soms gevoelens van teleurstelling of falen spelen. Bij een narcose maken vrouwen de geboorte van hun kind niet bewust mee, waardoor ze soms moeite hebben om aan de nieuwe situatie te wennen. Spelen dergelijke gevoelens bij u, praat er dan over met uw partner, vrienden en familieleden. Bespreek tijdens de nacontrole uw emoties en vragen, bijvoorbeeld de reden waarom de keizersnede nodig was. Dit kan u ook helpen bij het verwerken van emoties. Schrijf voor de nacontrole uw vragen op zodat u niets vergeet. Voor de partner is een keizersnede soms een heftige ervaring. Soms voelt een partner zich nutteloos, omdat hij het gevoel heeft nauwelijks iets voor u te hebben gedaan. Ook kan hij bang zijn geweest dat er iets mis zou gaan. Als dergelijke gevoelens spelen, probeer deze dan met elkaar te bespreken.

Algemene regels

Heeft u klachten zoals hieronder beschreven, in de periode voordat u op nacontrole bent geweest. Dan is het belangrijk dat u in de contact opneemt met het ziekenhuis:

  • Hevig bloeden (meer dan bij een menstruatie)

  • Koorts boven 38°C en/of een pijnlijke wond

  • Een wond die is gaan wijken

  • Acute aanhoudende pijn in de buik

  • Branderige pijn bij het plassen

  • Kortademigheid

Leefregels

  • U mag niet zwaar tillen gedurende de eerste zes weken na de keizersnede (niet meer dan vijf kilo) en til vanuit de benen.
  • Kom de eerste zes weken via zijligging uit bed om de rechte buikspieren te ontzien.
  • Niet fietsen gedurende de eerste twee weken, daarna naar vermogen.
  • Niet autorijden gedurende de eerste twee weken. Pas als u voelt dat u zich weer goed kunt concentreren. Ook moet u geen pijn meer hebben (u moet een noodstop kunnen maken). Meerijden mag wel, maar maak geen lange tochten (maximaal twee uur);
  • Niet zwemmen gedurende de eerste zes weken/ tot de eerste controle op de polikliniek in verband met infectiegevaar.
  • Geen zwaar huishoudelijk werk verrichten gedurende de eerste zes weken. Dus bijvoorbeeld geen ramen zemen, vloeren dweilen of stofzuigen.
  • Lichte huishoudelijke taken, zoals kleine afwas doen of koffiezetten mogen wel.
  • Regelmatig een stukje lopen en niet te lang staan. Over het algemeen geldt dat oefenen goed is, maar met mate. Als de wond weer pijn gaat doen, doet u teveel.
  • Wacht in ieder geval met gemeenschap tot de bloederige afscheiding voorbij is in verband met infectiegevaar. Het gebruik van voorbehoedsmiddelen (anticonceptie) is niet anders dan na een natuurlijke bevalling. Dit wordt tijdens de nacontrole met u besproken.
  • Ga op tijd rusten, luister naar uw lichaam.
  • Na zes weken mag u de activiteiten naar eigen kunnen uitbreiden. U kunt weer op gevoel beginnen met sporten en buikspieroefeningen. De verschillende lagen van de buikwand zijn dan goed genezen.

Medicatie om de pijn te verlichten

  • Neem de eerste week in ieder geval vier keer per dag 1000 mg paracetamol (vier keer twee tabletten van 500mg).
  • Verlaag de paracetamol na één week naar drie keer per dag 1000 mg (drie keer twee tabletten van 500 mg).
  • Als paracetamol onvoldoende helpt, mag u daarbij nog eventueel vier keer per dag 400 mg ibuprofen. Meestal is de ibuprofen de eerste dagen na ontslag nog nodig. Gebruik de ibuprofen in ieder geval niet langer dan twee weken.
  • Bij minder pijn eerst de ibuprofen stoppen en daarna de paracetamol.

Controle

Na vijf weken komt u voor controle naar de polikliniek Gynaecologie.

Contact

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen of ontstaan er onverhoopt problemen waarover u zich zorgen maakt, dan kunt u bellen naar uw huisarts.

Als u het Moeder en Kind Centrum niet kunt bereiken, kunt u bellen naar de Receptie van Adrz via 088 125 00 00.

Wilt u een afspraak maken, annuleren of verzetten? Neem dan contact op via het contactformulier. Deze wordt vaak dezelfde werkdag nog in behandeling genomen. U kunt op werkdagen tussen 8.00 uur en 13.00 uur ook telefonisch contact opnemen met de Afspraakcentrale via 088 125 00 00, kies in het keuzemenu voor optie 1