Voor het Borstkankercentrum is een multidisciplinair team samengesteld van chirurgen, verpleegkundig specialisten, mammacareverpleegkundigen, radiologen, pathologen en plastisch chirurgen. Zij werken nauw samen om u de best mogelijke behandeling te garanderen. Wekelijks vindt er een overleg plaats waar alle disciplines die werkzaam zijn binnen de mammapoli aanwezig zijn. Hier worden de patiënten besproken aan de hand van de foto’s, weefselonderzoek en andere uitslagen. Daarna wordt een behandelplan vastgesteld en dat zal met u worden besproken door de gespecialiseerd verpleegkundige en/of chirurg. Bij het definitief vaststellen van de behandeling is het soms nodig om bij u nogmaals lichamelijk onderzoek te verrichten. In deze fase maakt u ook kennis met de mammacareverpleegkundige. Zij geeft u informatie over de behandeling en maakt een vervolgafspraak om dit verder te bespreken. De huisarts wordt op dit moment geïnformeerd over de uitslag(en) en het behandelplan.

De behandeling van borstkanker bestaat meestal uit een combinatie van verschillende behandelingen, zoals een operatie, chemotherapie, bestraling en hormoontherapie. De volgorde van de behandeling kan per patiënt verschillend zijn. Vaak is een operatie de eerste behandeling, maar het kan ook voorkomen dat er bijvoorbeeld eerst chemotherapie wordt gegeven.

Als na de eerste onderzoeken is gebleken dat u borstkanker heeft, is meestal nog niet duidelijk om welke vorm van borstkanker het nu precies gaat en in welk stadium dit verkeert. Deze vragen kunnen pas beantwoord worden na een operatie, wanneer de weggenomen tumor door de patholoog is onderzocht. Dan wordt de definitieve diagnose gesteld, waarop het verdere behandelplan wordt afgestemd.

Chirurgie

Chirurgie is een van de belangrijkste onderdelen van de behandeling van borstkanker. In principe zijn er twee vormen van operaties mogelijk: de borstsparende operatie en de amputatie van de borst.

De keuze voor één van de operaties is afhankelijk van verschillende factoren: leeftijd patiënte, grootte van de tumor, aard van de tumor, grootte van de borst, wensen van patiënte. Meestal wordt een operatie van de borst gecombineerd met een operatie aan de oksel: een schildwachtklieroperatie of een okselkliertoilet.

Borstsparende operatie (lumpectomie, mammasparende operatie)

Bij deze vorm van operatie wordt alleen de tumor met een stuk gezond borstweefsel uit de borst verwijderd. De plaats en grootte van het litteken is afhankelijk van de ligging en grootte van de tumor. Een borstsparende operatie wordt altijd aangevuld met bestralingen van de borst. Het is de bedoeling eventueel achtergebleven tumorcellen op deze manier te bestrijden.

Oncoplastische chirurgie

Bij een borstsparende operatie is het vaak mogelijk een borstreconstructie uit te voeren, waardoor de symmetrie hersteld wordt. Soms wordt daarvoor een verkleining van de gezonde borst verricht. Lees meer informatie over borstbesparende operaties.

Amputatie van de borst (ablatio mammae, mastectomie)

Bij een borstamputatie wordt het volledige borstklierweefsel (inclusief de tumor), de tepel en de huid weggehaald. Het litteken loopt horizontaal of schuin van het borstbeen richting de oksel. Als naast de borst ook lymfeklieren in de oksel verwijderd moeten worden, loopt het litteken soms door tot in de oksel. Lees meer informatie over borstamputatie.

Schildwachtklierprocedure (poortwachtersklier, sentinel node)

De schildwachtklierprocedure dient er voor om te bepalen of de lymfeklieren zijn aangetast door tumorcellen. Dit wordt ook wel de sentinel node procedure genoemd. De schildwachtklier is de eerste lymfeklier waar cellen vanuit een tumor terecht komen. Bij deze procedure wordt die eerste lymfeklier verwijderd. Als de schildwachtklier vrij van tumorcellen is, hoeven er geen andere lymfeklieren te worden behandeld. Lees meer over schildwachtklierprocedure.

Okselkliertoilet

Een okselkliertoilet is het weghalen van alle lymfeklieren in de oksel. De verwijdering van de klieren uit de oksel kan op twee momenten in de behandeling plaats vinden:

  • Tegelijk met de operatie aan de borst. Dit gebeurt als voor de operatie al aangetoond is dat er kwaadaardige cellen in een okselklier zitten. Ook kunnen er andere medische redenen zijn om alle klieren in de oksel te verwijderen, zonder eerst een schildwachtklier procedure uit te voeren.
  • Na het onderzoeken van de schildwachtklier. Dit gebeurt als de schildwachtklier tumorcellen bevat waarvoor het meestal nodig is om in een tweede operatie alle okselklieren te verwijderd.

Lees meer over okselkleirtoilet.

Heart pillow

Patiënten die een borstoperatie hebben ondergaan bij Adrz krijgen een speciaal kussentje mee naar huis, dat de pijn van de operatiewond verzacht. Dit zogeheten Heart Pillow verlicht bovendien zwelling en stuwing en zorgt ervoor dat de spanning in de schouder afneemt. Het kussentje heeft de vorm van een hart en is ontworpen in de Verenigde Staten. Het wordt gemaakt door lotgenoten en vrijwilligers. De hartvorm van het kussen laat zich prettig onder de oksel dragen. De hartvorm draagt bovendien de boodschap mee van betrokkenheid.

Reconstructie en protheses na operatie

Na amputatie zijn er verschillende manieren om uw lichaamsvorm te corrigeren:

  • Reconstructie van de borst (inwendige prothese).
    Als u een borstamputatie ondergaat, kunt u ervoor kiezen de borst te laten reconstrueren. Dit kan soms tijdens dezelfde operatie, maar dit kan ook later uitgevoerd worden.
  • Uitwendige prothese.
    Dit is een losse siliconen prothese, die u in een aangepaste beha kunt dragen. Zowel de prothese als de lingerie is verkrijgbaar in een speciaalzaak. De mammacareverpleegkundige kan u informeren over de winkels waar u hiervoor terecht kunt. Zo’n prothese kunt u een paar maanden na de operatie aanschaffen, eerst moet de wond goed genezen. Voor die eerste tijd krijgt u van het ziekenhuis een voorlopige prothese van zachte stof mee. Na 6 tot 8 weken kunt u een definitieve prothese dragen.

Lees meer over borstreconstructie.

Radiotherapie

Radiotherapie (bestraling) wordt altijd na een borstsparende operatie gegeven, soms ook na een borstamputatie of een okselkliertoilet. Dit is om eventueel achtergebleven kankercellen alsnog te vernietigen en de kans op terugkeer van de tumor te verminderen. De straling beschadigt het erfelijk materiaal (DNA) in de tumorcellen die daardoor afsterven.

Gemiddeld bestaat de bestraling uit 16 tot 30 behandelingen, verdeeld over 3 tot 5 weken. Zo wordt de totale dosis verdeeld. Door de bestraling lokaal en in kleine porties te geven, kunnen de gezonde cellen zich zo veel mogelijk herstellen. Kankercellen kunnen dit minder goed en zullen geleidelijk afsterven. Iemand krijgt gewoonlijk 4 tot 5 bestralingen per week.

Lees meer over radiotherapie op de website van het Zuidwest Radiotherapeutisch Instituut.

Chemotherapie/Immunotherapie

Chemotherapie is een behandeling met medicijnen (cytostatica) die de groei van abnormale cellen, zoals kankercellen, verhinderen of remmen. Deze behandeling werkt door het hele lichaam. Een behandeling met celremmende geneesmiddelen verloopt in cycli. Eén cyclus bestaat uit één of meerdere toedieningen, gevolgd door ‘rust’. Deze rustperiode zorgt ervoor dat het lichaam kan herstellen van ongewenste bijwerkingen. Vaak bestaat een behandeling uit verschillende middelen, die elkaars werking versterken. Door onderzoek wordt chemotherapie op deze manier steeds effectiever en biedt het een steeds betere kans op overleving. Bij de behandeling van borstkanker is er een grote verscheidenheid aan soorten chemotherapie. De chemotherapie die wordt gegeven is afhankelijk van de kenmerken van de tumor en kan per persoon erg verschillend zijn.

Lees meer over chemotherapie. Toedienen van chemotherapie, bijwerken, haaruitval, immunotherapie, voeding en nog meer.

Hormoonbehandeling

Hormoontherapie wordt ingezet bij een hormoongevoelige tumor. Dit betekent dat de tumor groeit onder invloed van de vrouwelijke geslachtshormonen oestrogeen of progesteron of beide. De vrouwelijke geslachtshormonen zetten de tumorcellen aan zich te vermenigvuldigen. Hormoontherapie, wat dus eigenlijk een anti-hormoontherapie is, blokkeert de eigen hormoonproductie. Hierdoor kan de tumorcel niet meer groeien en sterft af.

Hormonen worden aangemaakt in de eierstokken maar ook in de bijnieren en in vetweefsel. De behandeling bestaat uit het wegnemen of met medicijnen stilleggen van de eierstokken als een vrouw nog niet in de overgang is. Daarnaast wordt dan vaak een ‘hormoonblokkeerder’, voorgeschreven.

Bij vrouwen die reeds of bijna in de overgang zijn, zijn er medicijnen die zich richten op het remmen van hormoonaanmaak buiten de eierstokken. De medicijnen moeten meestal minimaal vijf jaar gebruikt worden.
De behandeling kan gegeven worden na operatie en is bedoeld om mogelijk aanwezige, maar nog niet zichtbare kankercellen te doden. Bijwerkingen zijn afhankelijk van het soort middel dat u voorgeschreven krijgt. Bij start van deze behandeling wordt u hierover geïnformeerd. Hormoontherapie kan nuttig zijn wanneer de tumor hormoongevoelig is en bij risico op uitzaaiingen.

Bijwerkingen

Bijwerkingen zijn per behandeling verschillend. U wordt voor de behandeling geïnformeerd door de verpleegkundig specialist.