Het doel van dit onderzoek is het in beeld brengen van uw borstweefsel. Uw arts vraagt dit onderzoek (mammografie) aan als u een knobbeltje voelt, pijnlijke borsten of huid en/of tepelafwijkingen heeft en bij andere borstklachten. Ook als er in uw familie borstkanker voorkomt en als u gecontroleerd moet worden na een borsttumor.

De radiologisch mammalaborant maakt van uw borst(en) een foto: een ‘mammografie’. Ook wanneer u door het Bevolkingsonderzoek bent doorverwezen, maken wij opnieuw een mammografie. Tijdens het maken van de foto’s wordt uw borst samengedrukt. Dit kan gevoelig zijn. Het samendrukken is nodig om het borstweefsel goed af te beelden en ook kleine details zichtbaar te maken. Eventueel kunt u, als u dat wilt, een half uur van tevoren paracetamol innemen. De mammografie wordt direct door de mammaradioloog beoordeeld. Hierna zijn er de volgende mogelijkheden:

  • Het maken van een echografie: tijdens de echografie onderzoekt de mammaradioloog met behulp van geluidsgolven uw borst(en). Het kan nodig zijn om aanvullend cel- of weefselonderzoek te doen. Hiervoor voert de mammaradioloog tijdens de echografie een punctie uit. Tijdens de punctie wordt met een speciaal apparaat weefsel verkregen en dit wordt vervolgens onderzocht.
  • Stereotactische mammabiopsie: soms is het nodig extra weefselonderzoek te doen met behulp van stereotactische mammabiopsie. Tijdens dit onderzoek wordt onder plaatselijke verdoving, op basis van röntgenonderzoek (dit lijkt op een mammografie), weefsel weggehaald. Dit onderzoek vindt altijd plaats op een andere dag en duurt ongeveer een uur.

Na de onderzoeken stemmen wij met u af wat de vervolgstappen zijn. U wordt mogelijk terugverwezen naar de huisarts, de mammachirurg of besproken in het multidisciplinair overleg (MDO).

Deze folder geeft u informatie over een mammografie. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.