Lees hier de laatste informatie over het coronavirus bij Adrz.

Bij hemodialyse zuivert een kunstnier het bloed buiten de patiënt met behulp van een machine. Om een toegang tot de bloedbaan te verkrijgen, krijgt de patiënt een katheter of een shunt.

U leest meer in de volgende folders:

Hemodialyse bij Adrz

Hemodialyse in het dialysecentrum vindt doorgaans drie keer per week plaats, vier uur per keer. Dit gaat onder begeleiding van de dialyseverpleegkundigen. De frequentie en de duur van de dialysebehandeling wordt door de nefroloog afgesproken.

De dialyseafdeling is geopend van maandag t/m zaterdag van 7.45 uur tot en met 21.30 uur. Er kan gekozen worden om de dialysebehandeling in de ochtend of in de middag te starten. De volgende aansluittijden worden gehanteerd:

  • Ochtendsessie: tussen 8.10 uur en 9.10 uur
  • Middagsessie: tussen 15.10 uur en 16.10 uur

Er worden met u vaste dagen en tijden afgesproken, afhankelijk van wanneer en waar er plaats is. We proberen zoveel mogelijk rekening te houden met uw wensen. Meestal krijgt u een vaste plek, maar dit kan ook af en toe wisselen als omstandigheden op de afdeling daar om vragen.

Bij aanvang van uw dialysebehandeling mag u plaats nemen in de wachtruimte. In de wachtkamer hangt een camera zodat we kunnen zien wie er in de wachtkamer aanwezig is. Vanuit de wachtkamer wordt u opgehaald. Het is belangrijk om op tijd aanwezig te zijn zodat uw behandeling niet onnodig later start.

Realiseert u zich dat u drie tot vier uur aan de machine bent aangesloten en dus niet naar het toilet kunt (behalve in hoge uitzondering). Het is dus verstandig vóór de dialyse nog gebruik te maken van het toilet. Zo nodig kunt u om een po of urinaal vragen tijdens het dialyseren.

Wanneer u geen of bijna geen urineproductie meer heeft, mag u zich voorafgaand aan de dialyse wegen op de weegschaal. Op die manier kan er beoordeeld worden hoeveel vocht er tijdens de dialyse onttrokken moet worden.

Nadat u heeft plaatsgenomen in de stoel wordt uw bloeddruk gemeten. Indien van toepassing wordt uw shunt gecontroleerd, aangeprikt en u wordt aangesloten op de machine. Alles bij elkaar duurt het aansluiten ongeveer twintig minuten. Patiënten die zelf de machine opbouwen, mogen twintig minuten eerder komen.

Na het aansluiten worden de machine-instellingen gecontroleerd door een tweede dialyseverpleegkundige. Vervolgens wordt elk uur uw bloeddruk gemeten.

Tijdens het dialyseren hebben verpleegkundigen, de diëtist en de maatschappelijk werker tijd om zaken met u te bespreken. Eens per week komt ook de nefroloog tijdens de dialyse langs.

Vlak voor het afsluiten wordt uw bloeddruk gemeten en worden de spullen die nodig zijn voor het afsluiten klaargelegd. Bij het afsluiten krijgt u uw bloed (dat zich nog in de lijnen bevindt) terug. Wanneer u een shunt heeft, worden de naalden verwijderd en moet u gemiddeld 10 tot 15 minuten afdrukken totdat de prikgaatjes dicht zijn.

Tot slot wordt u weer gewogen om te controleren of de (eventueel) ingestelde vochtafname ook behaald is.

Maaltijden

Tijdens het dialyseren krijgt u een broodmaaltijd aangeboden. Mocht deze maaltijd invloed hebben op uw bloeddruk dan kunt u deze ná de dialyse nog krijgen. De dialyseverpleegkundige kan u hierover adviseren.

  • Tijdens de dialyse krijgt u iets te drinken en een versnapering.
  • Wat u op de afdeling Dialyse aan eten en drinken krijgt, mag niet meegenomen worden naar huis.
  • De broodmaaltijd wordt geserveerd rond 11.30 uur en rond 17.30 uur.
  • De maaltijden worden alleen aan patiënten verstrekt. Bezoek kan maaltijden verkrijgen in het restaurant van het ziekenhuis (centrale hal).

Bezoek

U mag bezoek ontvangen tijdens het dialyseren. De richttijden zijn in de ochtend vanaf 10.00 uur en in de middag vanaf 16.30 uur. Tijdens een aantal momenten is het niet mogelijk bezoek te ontvangen. Het bezoek kan dan plaatsnemen in de wachtruimte.

  • Bij het aan- en afsluiten van uzelf of medepatiënten, vanwege veiligheidsvoorschriften. Zie ook openingstijden.
  • Bij bezoek van de arts aan de afdeling (visite) vanwege de privacy van de medepatiënten.

Vervoer

Hemodialysepatiënten krijgen de reiskosten voor het vervoer naar de dialyseafdeling vergoed. Dit geldt voor zowel zittend ziekenvervoer als voor eigen vervoer of openbaar vervoer.

Indien u met eigen vervoer komt (wat wij niet adviseren) kunt u de reiskosten declareren bij uw zorgverzekering. U moet echter wel rekening houden met een eigen bijdrage voor al deze vormen van vervoer. Deze eigen bijdrage wordt per jaar door de zorgverzekeraar vastgesteld en komt boven op het verplicht eigen risico dat voor elke verzekerde geldt. De zorgverzekeraar informeert u over de gecontracteerde ziekenvervoerders in uw regio.

Om voor vergoeding van reiskosten in aanmerking te komen gelden onderstaande voorwaarden:

  • U dient een machtiging zittend ziekenvervoer, eigen vervoer of openbaar vervoer bij uw zorgverzekeraar aan te vragen.
  • Wanneer u gebruik moet maken van een rolstoeltaxi dient u dit te vermelden bij uw aanvraag machtiging.
  • Wanneer u begeleiding nodig heeft tijdens dit vervoer dient u dit ook te vermelden bij uw aanvraag machtiging.
  • Als de machtiging door de zorgverzekeraar is afgegeven, dient u met een gecontracteerde ziekenvervoerder contact op te nemen om uw ritten te plannen (u kunt een vervoerder niet zelf kiezen).
  • Per kalenderjaar wordt een eigen bijdrage in rekening gebracht. In uw polis is de hoogte van deze bijdrage terug te vinden. Uw zorgverzekeraar brengt dit bedrag bij u in rekening.
  • De ritten zittend ziekenvervoer hoeft u niet voor te schieten. De vervoerder verrekent dit rechtstreeks met uw zorgverzekeraar.

Indien u nog vragen heeft, kan de maatschappelijk werker u hier meer over vertellen.

Hemodialyse aan huis

De hemodialysebehandeling kan ook in de thuissituatie uitgevoerd worden. Hiervoor moet een patiënt wel een opleiding volgen. Deze opleiding duurt gemiddeld drie maanden en vindt plaats bij Dianet in Utrecht of Rotterdam. Dit is een organisatie die gespecialiseerd is in thuisdialyse.

Wanneer de opleiding afgerond is en de thuisdialyse is gestart, komt de patiënt ongeveer eens in de zes weken naar de poli van de nefroloog in Adrz voor de medische begeleiding.

Hemodialyse en diabetes

Als u bent gestart met hemodialyse, komt u drie keer per week een aantal uren naar de dialyseafdeling, waar u wordt aangesloten aan een dialysemachine. Zo wordt uw bloed gezuiverd van afvalstoffen en zo nodig wordt ook vocht onttrokken. Bij hemodialyse kan ook uw bloedsuiker beïnvloed worden. Hebt u diabetes? Raadpleeg dan deze folder voor meer informatie.

Bent u bekend met diabetes? Raadpleeg dan onze folder.

Contact

De afdeling Dialyse van de locatie Goes bevindt zich op de begane grond. De afdeling is te bereiken via route 71.

Het bezoekadres is: ‘s-Gravenpolderseweg 114, 4462 RA Goes

Voor vragen is de afdeling Dialyse bereikbaar via secretariaat.dialyse@adrz.nl. Liever telefonisch? Dat kan via het algemene nummer van het Adrz: 088 125 00 00. U mag dan vragen naar de afdeling Dialyse. De afdeling is geopend van maandag t/m zaterdag van 7.45 uur tot 21.30 uur.

Bij problemen met uw shunt, katheter of peritoneaal dialyse vragen wij u altijd, ook buiten de openingsuren te bellen naar het algemene nummer van Adrz (088 125 00 00) en te vragen naar de afdeling Dialyse.

Bijvoorbeeld:

  • Shuntproblemen:
    • Als uw shunt minder klopt of in het geheel niet klopt of ruist, moet u zo snel mogelijk contact opnemen.
    • Bij langdurig nabloeden van de prikgaatjes na dialyse. (meer dan 40 minuten)
    • Als uw shunt pijnlijk of hard aanvoelt en/of rood, warm of gezwollen is.
  • Katheterproblemen:
    • Bij het loslaten van de katheterpleister.
    • Bij nabloeden van de katheter insteekopening.
    • Temperatuur boven de 37.5 °C
  • Problemen peritoneaal dialyse:
    • Tekenen van ontsteking van de katheterpoort (roodheid, warm, pijnlijk, pusvorming)
    • Klachten die mogelijk duiden op een peritonitis (buikvliesontsteking) zoals buikpijn, koorts, troebele dialyseoplossing.
    • Problemen met de machine.

Raadpleeg uw eigen huisarts of de huisartsenpost bij problemen die niet direct te relateren zijn aan uw afdeling Dialyse. Denk hierbij bijvoorbeeld aan griep, diarree en kortademigheidsklachten.